Rutte wil zo snel mogelijk een kabinet, het liefst met CDA

Mark Rutte schoof dinsdag als laatste aan bij informateur Mariëtte Hamer.
Mark Rutte schoof dinsdag als laatste aan bij informateur Mariëtte Hamer.
Ook partijleider Mark Rutte van de VVD wil spoed maken met de vorming van een nieuw kabinet. Of dat voor de zomer al lukt, zoals Sigrid Kaag (D66) graag wil, weet hij niet. Maar het zou „heel mooi” zijn, zei Rutte na afloop van zijn gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Rutte wil het liefst een kabinet vormen met het CDA. Ook D66 hoort daar wat hem betreft bij, als een van de grote winnaars van de verkiezingen. Over samenwerking met andere partijen wilde hij zich niet uitlaten.
Rutte schoof dinsdag als laatste in de Stadhouderskamer aan bij informateur Hamer. In dat gesprek heeft hij vooral over de inhoud willen praten, zei hij. Onder andere over het herstel na de coronacrisis. Het huidige demissionaire kabinet gaat wat Rutte betreft over de herstelpakketten, maar het bredere herstel is iets voor het nieuwe kabinet. De vraagstukken daarvoor hoeven niet in detail uitgewerkt te worden zei hij, waarmee ook Rutte voor een regeerakkoord op hoofdlijnen lijkt te zijn.
Een kabinet zonder Rutte lijkt niet aan de orde. „Als VVD doen we graag mee en als we meedoen, leveren we de premier. Dat ben ik.” De partij gaat anders in de oppositie, zei hij. Een nieuwe bestuurscultuur is wat hem betreft ook niet alleen een „VVD-probleem”. „Door de grote fouten die ik zelf heb gemaakt, vond ik dat het aan mij was om een eerste voorzet te geven”, zei Rutte. Maar de oppositie moet ook met eigen ideeën komen, vindt hij.


Het populaire zelfbeeld van Nederland als een land met een goed georganiseerde en efficiënte overheid: het klopt niet langer, zegt Arno Visser onverbiddelijk. „We zijn niet zo goed als we denken dat we zijn.”
Het is de derde woensdag van mei en zoals gewoonlijk presenteert de president van de Algemene Rekenkamer dan zijn jaarlijkse rapport over de staatsfinanciën. In die ‘verantwoordingsstukken’ worden dit jaar harde conclusies getrokken. Simpel gezegd: het kabinet is de grip op het huishoudboekje tijdens de coronacrisis kwijtgeraakt

Vooral de ministers van Volksgezondheid en van Financiën krijgen ervan langs. Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) deed in 2020 tijdens de pandemie grote uitgaven, maar kan volgens de Rekenkamer niet aantonen dat hij waar (zal) krijgen voor dat geld. Bij 5 miljard euro aan uitgaven en verplichtingen schoot de controle tekort en zijn onrechtmatigheden geconstateerd. Zijn betaalde coronatesten ook daadwerkelijk afgenomen bij mensen? Zijn bestelde beademingsapparaten echt geleverd? De Jonge kon het antwoord niet produceren. En minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) greep niet in.
Behalve een organisatorisch probleem constateert de Rekenkamer ook een democratisch tekort: de Tweede Kamer werd vaak niet vooraf geïnformeerd over uitgaven in de crisis – en dat is strijdig met het ‘budgetrecht’ van de Kamer, een van de pijlers onder het staatsbestel. Visser: „Dit is niet zomaar een technocratisch probleempje, het is een democratisch probleem.”