Wilders vreest het ergste: ‘Erdogan is zo gek als een deur’!

Wilders-Erdogan

‘De aangifte moet van tafel,’ zegt PVV-leider Geert Wilders over zijn conflict met de Turkse president Erdogan. Het gaat volgens Wilders niet om een symbolische aangifte, maar om een daadwerkelijke poging zijn bewegingsvrijheid te beperken. ‘Ik vrees het ergste.’

Wilders rekent op het kabinet en kreeg dinsdagmiddag van VVD-premier Mark Rutte en VVD-minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) steun. Maar hoe de kwestie afloopt, valt niet te voorspellen. In een gesprek met Elsevier Weekblad toonde Wilders zich somber: ‘Om eerlijk te zijn, ik ben niet positief.’

Erdogan voelt zich beledigd doordat Wilders via social media twee dagen geleden een cartoon verspreidde met Erdogan als terrorist. Het Turkse staatshoofd droeg een muts in de vorm van een bom.

Weliswaar noemde hij Nederland vorige maand ‘een corrupte bananenrepubliek’, maar dinsdag was hij tamelijk mild hierover: ‘Je kunt hier twijfelen aan de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie, maar in Turkije bestaat die onafhankelijkheid al helemaal niet. Erdogan gebruikt het Turkse staatsapparaat niet alleen tegen de vrijheid van meningsuiting van parlementariër Wilders, maar ook tegen de vrijheid van meningsuiting van iedereen die kritiek heeft op Turkije of de islam. Zijn boodschap is: ik zal je achtervolgen tot in je eigen land en misschien nog wel verder.’

Wilders vreest ‘grote consequenties’ door aangifte

Wilders voorziet ‘grote consequenties’ voor hemzelf. Hij herinnerde eraan dat tien jaar geleden Saudi-Arabië , Pakistan en Jordanië een aanklacht tegen hem indienden, wat in het geval van Jordanië ook leidde tot een voor Wilders zeer riskant internationaal verzoek tot uitlevering.

Wilders vreest dat deze episode zich zal herhalen. Hij zei niet te kunnen zeggen welke Europese landen hij nu niet meer zou durven bezoeken. ‘Ik heb nog maar net gehoord, een paar uur geleden, wat Erdogan tegen me heeft ondernomen.’
Hij toonde zich tevreden met de steun van het kabinet Rutte, maar: ‘Dat zou ook eens niet. Het gaat om de vrijheid van meningsuiting.’