Deze kaart laat zien dat China nog steeds een groeikanon is, dat 5 keer zo hard gaat als de eurozone en bijna 3 keer zo hard als de VS


China ontwikkelt zich steeds meer tot een volwassen, industriële economie en dat gaat gepaard met een wat lager groeitempo. Maar de Volksrepubliek zit nog altijd in een totaal andere versnelling dan ontwikkelde economieën zoals de VS en de eurozone.

De Chinese economie is vorig jaar in het traagste tempo gegroeid in bijna drie decennia. In 2019 groeide de economie met 6,1 procent ten opzichte van een jaar eerder, in lijn met de verwachtingen van economen, maar het laagste groeicijfer in 29 jaar.

De Chinese overheid hanteerde voor het afgelopen jaar een bandbreedte voor de economische groei van 6 procent tot 6,5 procent. In het vierde kwartaal groeide de economie met 6 procent.

Die lagere groei heeft een structurele oorzaak. Jarenlang kon de Chinese economie extreem hard groeien door de urbanisatie, waarbij arme Chinezen naar steden trokken en in fabrieken gingen werken. Dat leverde op een eenvoudige manier heel veel productiviteitsgroei op. Bovendien leunde de economie sterk op de export van goedkope spullen zoals speelgoed en elektronica.

China maakt nu een draai naar een economie die meer op de binnenlandse consumptie van de middenklasse leunt en daar hoort automatisch een iets lager groeicijfer bij. Maar 6 procent groei op jaarbasis is in mondiaal perspectief nog altijd zeer veel. Onderstaande kaart van het IMF laat dat goed zien.

China zit bij een reeks Aziatische landen waarvan de economie jaarlijks tussen de 6 en 10 procent groeit.

Ter vergelijking: de schatting voor de groei van de eurozone van 2019 ligt op 1,2 procent en voor de VS gaat het om 2,4 procent. De Chinese economie is afgelopen jaar dus 5 keer zo hard gegroeid als de eurozone, en bijna 3 keer zo hard als de Amerikaanse economie.

Klik hieronder: