HET STILLE VERDRIET EN DE WOEDE VAN NEDERLAND!

Tijdens de gesprekken die ik voerde voor mijn vandaag verschenen boek Kwaad, zat ik vaak met spitsuur in de trein, door heel Nederland. Een ervaring die je als journalist met onregelmatige werktijden niet veel hebt. Dan had ik een lang, meestal intensief gesprek achter de rug met een van die 31 Nederlanders in mijn boek. En dan zag ik in die trein al die overwerkte andere Nederlanders, druk bezig met het onafgebroken netwerken op hun elektronische sociale apparaten. Of bellend, om afspraken te verschuiven, opties te scheppen voor kinderopvang. Druk, druk, druk. En ja, het zal wel racistisch klinken, maar tijdens het spitsuur zie je bitter weinig allochtonen, net zo min als op de pont in Amsterdam, op de ochtend dat de mensen naar hun werk gaan, of in de vroege avond wanneer ze op weg zijn naar huis. Dat is mogelijk geen statistisch feit, maar wel een ervaringsfeit.

Het zijn nog steeds deze keihard werkende Nederlanders, deze ‘gewone Nederlanders’ die Nederland in de vaart der volkeren houden, zonder daar al te veel ruchtbaarheid aan te willen geven. Dat zijn meestal geen mensen met grote woorden als het over maatschappelijke ontwikkelingen gaat. Ze hebben er domweg de tijd niet voor. Ze hebben die hypotheek, die studie van hun kinderen, de problemen met de huisvesting voor die kinderen, de gebrekkige zorg voor hun ouders, en al die andere dagelijkse problemen meer. En ze zien hun leven steeds drukker en zorgelijker worden en de enige keus lijkt te zijn; nog harder je best doen, nog meer werken.

Onder de Nederlanders hangt er een groot onbehagen. Wel zeventig procent voelt dat onbehagen, als het bijvoorbeeld gaat om vragen als ‘worden de belangen van allochtonen boven die van de autochtonen gesteld’, of ‘er moet grenscontrole komen’, of ‘er is teveel immigratie.’ Dat blijkt steeds weer uit onderzoeken van bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Zelfs onder de GroenLinks stemmers leeft bij een flinke minderheid dat onbehagen. En de toekomstverwachtingen zijn algemeen slecht: Men verwacht op de een of andere manier ‘oorlog in Nederland.’ Onder de jongeren is die verwachting nog sterker.

De deelnemers aan mijn boek heb ik voorgeselecteerd op dit onbehagen. Ik wist bij voorbaat dat bij hen de ontevredenheid over de gevolgen van de massamigratie bestaat. De overgrote meerderheid van deze meestal hardwerkende Nederlanders heeft zich voorgenomen Wilders te gaan stemmen.

Ik hoorde bij hen veel pijn en verdriet. Over de moord op Fortuyn, die een blijvende wond heeft achtergelaten bijvoorbeeld. Over de onmacht om iets te doen tegen die vernedering van het Nederlandse volk en de op handen zijnde vernietiging. Over de omvolking: steeds minder Nederlanders, steeds meer immigranten. Over de vraag hoe dat dan toch georganiseerd was van bovenaf. Nederland bestaat al niet meer, vonden velen. Over het feit dat ze op de televisie voor racist waren uitgemaakt omdat ze een Sinterklaasfeestje vierden met Zwarte Piet.

Joost Niemöller

Lees hier verder: http://joostniemoller.nl/2017/02/stille-verdriet-en-woede-nederland/