Criminele vreemdeling wordt maar zelden uitgezet, rechters bemoeilijken intrekken verblijfsstatus.

Wie zijn hier nu de ECHTE criminelen?

De overheid heeft grote moeite om criminele vreemdelingen hun verblijfsvergunning af te pakken. In 2012 versoepelde het kabinet de regels om ook buitenlandse veroordeelden die al lang in Nederland wonen, te kunnen uitzetten. Maar rechters steken daar vaak een stokje voor.

Het WODC, het onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie, schatte eerder dat de in 2012 aangescherpte wet zou leiden tot jaarlijks 475 intrekkingen van verblijfsvergunningen. Dat blijken er nu in de praktijk veel minder. Vorig jaar verloren volgens immigratiedienst IND tachtig vreemdelingen hun verblijfsrecht door een strafblad. Dat zijn reguliere migranten, geen mensen met een asielstatus.

De IND zegt dat het aantal mogelijk achterblijft doordat rechters sinds de strengere wet meer eisen stellen aan de argumentatie om een verblijfsstatus in te trekken. ‘Je moet in elk individueel geval onderbouwen dat de maatregel proportioneel is en opweegt tegen de persoonlijke gevolgen voor de vreemdeling, die soms al vele jaren in Nederland is en hier een gezin heeft’, zegt een woordvoerder.

Zo lijkt de rechterlijke macht de scherpste kantjes af te vijlen van een strenger politiek beleid. Om te bepalen of een veroordeling gevolgen heeft voor iemands verblijfsrecht, wordt de zwaarte van het misdrijf afgezet tegen de tijd dat iemand in Nederland is. Dat wordt de glijdende schaal genoemd. Grofweg: hoe langer in Nederland, hoe zwaarder het delict moet zijn om een verblijfsvergunning te kunnen intrekken.

De overheid moet sinds 2015 motiveren dat een vreemdeling ‘daadwerkelijk actueel gevaar’ vormt.

Volkskrant

Advertenties