DE FAMILIE PLOF op ‘Prinsjesdag’ 2016

prinsjesdag1

Ik hoorde dat de familie Plof en de kleine Plofjes komen laten zien hoe goed het momenteel in Nederland gaat. Zoals politici met de verkiezingen in zicht zeggen.
Zie! Hollands overdadige welvaren!

Zelf ga ik niet kijken, want dan moet ik weer denken aan de uiterst bewust beleefde hongerwinter in Rotterdam 1944, die ik als vierjarige overleefde omdat mijn moeder het grootste deel van het weinige wat er nog via ruilhandel in de stad, of tijdens ‘hongertochten’ buiten de stad, aan voedsel binnenkwam aan mij besteedde.
Naast de bloembollen en de stekelbaarsjes die sommige jongens vingen en verkochten.
En naast de grijze waterige smurrie die men soep noemde en die soms in de gaarkeukens werd uitgedeeld. Een soort népvoedsel banken waren dat.

Moeder overleefde ook, maar vraag niet hoe. En vraag ook maar niet hoe ze er na die winter uitzag. Vader was als dwangarbeider naar Duitsland afgevoerd, dus moeder moest het alleen zien te rooien. Kom er eens om….
Echt vrolijk is ze nadien niet meer geweest. Wel blij misschien toen vader ergens in juni 1945 uit Duitsland terug was gelopen naar Rotterdam.
Zelf beweerde ik toen dat hij mijn vader niet was, want ja, hij was al ‘vertrokken’ toen ik nog veel kleiner was. Leuke thuiskomst was dat voor hem. ’t Is wel weer goedgekomen gelukkig.

Ik moet vandaag ook en vooral denken aan de mensen die NU de voedselbanken (echt) nodig hebben. Die hebben het toch niet zo goed in Nederland als de politiek beweert.
Het is nog geen hongerwinter misschien, maar toch een zeer mensonwaardige toestand.
Zeker als je het vergelijkt met de familie Plof die zich -hoewel zeer rijk van zichzelf- toch op ónze kosten kan voorzien van zoveel lekkernijen dat ze hun familienaam geweldig eer aandoen.

En dan zijn er nog de simplisten die het allemaal wél gaan bekijken.
Compleet met vlaggetjes en toetertjes soms. Tja……

Frans Brassens
20 september 2016

Advertenties